“Sjomdilizee”, las ik als antwoord op de vraag:”Wat is de naam van de beroemde laan in Parijs, die vanuit de Place de la Concorde recht naar de Arc de Triomphe leidt?” De vraag stond op 2 luttele puntjes. Toch besloot ik dit probleem voor te leggen aan mijn directie. Geloof het of niet, ik moest dit goed rekenen!  2 op 2 werd gegeven, ondanks deze oefening met de atlas werd gemaakt! ’s Avonds nam ik voor de zekerheid mijn GPS-toestelletje en tikte dit woord letter voor letter in.

Parijs-Roubaix geldt als één van de zwaarste koersen voor het peloton. Het bos van Wallers is één van de zwaarste stroken.  Op kasseien kan je léren rijden! Je gaat toch niet de frêle Spanjaarden toelaten langs deze stroken te rijden om toch ook eens te kunnen winnen?

Als er in het onderwijs nu één heel zware brok is waar bijna iedereen zijn tanden op stuk bijt, is het de spelling. Jongens, jongens toch, hoe vaak heb ik ettelijke regeltjes, ezelsbrugjes en techniekjes trachten (aan) te leren om correct te schrijven.

Als je dan nog beseft dat de taalunie liefst ieder decennium een wijziging der spelling doorvoert, is voor velen én de veer én motivatie gebroken. Enkele jaren geleden hoorde ik op de radio een Gentse docent linguïstiek toegeven dat hij ook overwoog het bijltje er bij neerlegde. “Het was niet meer leuk”, opperde hij. Niet het lesgeven op zich, maar het onderrichten van alweer veranderde spel(lings)regels werd hem te veel. Als nu eens 1 ding discussie, frustratie en slape(n)loze nachten oplevert, is het de spelling!

Toegegeven: de laatste jaren is het opvallend stil op/aan het spellingsfront. Ik zou er haast weer de moed kunnen uit putten te leren schrijven.

Advertenties