Vandaag vroeg een leerling naar mijn mening over de stijgende waterfactuur. De aanleiding was eenvoudig. We leerden over hoe schaars het water op onze aarde is en hoe wij er verstandig mee om moeten gaan.

Niet dat de waterprijs van Vlaanderen ook maar 1 millimeter te maken heeft met de ‘zorg’ voor het behoedzaam omgaan met deze “grond”stof ; lees basisbehoefte.

Neen, het is het spel van monopolie, eentje waarbij dalende inkomsten door een “niet meer van deze tijd” financiering, platweg ( haast populistisch ) worden gecompenseerd door hogere prijzen.

Dus, dat wat de leerlingen kenden alszijnde de wet van vraag en aanbod werd vertaald in de wet van de sterkste ( in dit geval monopolist ). Vooral de op z’n “Van Peelse” wijze waarop ik uitlegde dat iedere nieuwe speler wel mag aanschuiven aan het bestaande monopoliebord en enkel nog maar mag en kan betalen, konden de leerlingen smaken.

Het gegeven bracht mij ook op een ingeving én het schrijven van dit blogje:” Wedden dat!”

Eind dit jaar zal de stijgende waterfactuur vertaald worden als een aanmoediging om het nog zuiniger te doen omdat water net zo schaars aan het worden is. 
Het zal een demagogische verdraaiing van de realiteit worden.

We zullen zien, de leerlingen zijn in ieder geval mee.

Iets met #éénoog en #blinden suist door m’n hoofd

 

ps: het kan evengoed een poging van de leerlingen zijn geweest om geen les te krijgen, maar dat is dan wéér koren op mijn leerplanmolen.  🙂

Advertenties